Inbouwluidsprekers: een slimme keuze?
Inbouwluidsprekers genieten nogal eens de voorkeur tegenover traditionele luidsprekers – lees: boekenplankluidsprekers of vloerstaanders –, omdat ze zo onopvallend in het interieur kunnen geïntegreerd worden. Maar zijn ze ook even goed als traditionele luidsprekers? En waar moet je op letten als je inbouwluidsprekers wil aanschaffen?
Het marktaanbod van inbouwluidsprekers is bijzonder breed te noemen. Ze zijn verkrijgbaar in alle soorten, maten en kwaliteiten, en dus ook met sterk uiteenlopende prijskaartjes. In dit artikel leggen we uit welke inbouwluidsprekers het meest geschikt zijn voor een aantal specifieke toepassingen. Daarbij besteden we ook aandacht aan de locaties waar je ze best kan inbouwen…
Echt luisteren of gewoon casual (achtergrond)muziek?
Eerst en vooral dien je jezelf de vraag te stellen waar de inbouwluidsprekers precies voor moeten dienen: is het om gewoon wat muziek te horen terwijl je je in de badkamer of in de keuken bevindt? Of wil je ze gebruiken in een omgeving – meestal in de woonkamer – waar je ook echt wil kunnen genieten van muziek en/of filmgeluid? In het eerste geval kan je voor een wat meer compacte, goedkopere inbouwluidspreker gaan, terwijl je in het tweede geval toch eerder een kwaliteitservaring wil die nauwelijks, of helemaal niet, onder doet voor die van een traditionele hifi speaker.
Om die reden is niet noodzakelijk om overal in de woning dezelfde inbouwluidsprekers te installeren. Het is integendeel veel logischer om met twee kwaliteitsniveau’s te werken: degelijke en betrekkelijk compacte exemplaren in de ruimtes waar je casual naar muziek luistert en meer hoogwaardige exemplaren, die ook wat groter mogen zijn, in ruimtes waar je optimaal wil kunnen genieten van muziek of filmgeluid.
In het plafond of beter in de muren?
Als het om ruimtes gaat waar je niet al te kritisch naar muziek luistert, is het plafond de meest logische optie. De luidsprekers vallen dan minder op dan wanneer ze in de muren zitten, en zo hou je je muren ook vrij om er andere dingen mee te doen. Maar als je de inbouwluidsprekers in een ruimte wil gebruiken waar je echt naar muziek (of filmgeluid) wil kunnen luisteren, dan is het sterk af te raden om de luidsprekers in het plafond te monteren. Als je dat wel doet, dan geeft dat immers een effect alsof je vanuit de kelder naar een concert luistert dat zich op het gelijkvloers afspeelt. Behoorlijk onrealistisch, dus. Hetzelfde verhaal als je naar films of series kijkt: je ziet de acteurs voor je op het scherm, maar hun stemmen lijken vanuit de hemel te komen.
Anders gezegd: als je inbouwluidsprekers wil gebruiken om echt naar muziek te luisteren, dan moet je ze in de muren inbouwen. Dat moet je doen op een manier waarbij de tweeter en de midrange zich ongeveer op oorhoogte bevinden als je in de zetel zit. In de praktijk is dat gemiddeld zo’n 110 cm boven het afgewerkte vloerniveau.
Rond, vierkant of rechthoekig?
Dat is een zuiver esthetische keuze. De eigenlijke luidsprekerdrivers zijn sowieso rond (in 99% van de gevallen), dus of die nu in een rechthoekige, vierkante of ronde behuizing worden ondergebracht, maakt geen waarneembaar verschil met betrekking tot de geluidskwaliteit. Wel is het zo dat, wanneer er meerdere drivers in een inbouwluidspreker worden ingezet – denk aan een woofer, een midrange en een tweeter –, de luidsprekerbehuizing vaak een rechthoekige vormfactor zal hebben. Een dergelijke benadering – met meerdere onafhankelijke luidsprekerdrivers in één kast – kom je in principe enkel tegen bij de wat duurdere, hoogwaardige inbouwluidsprekers.
In praktisch opzicht is een ronde inbouwluidspreker net iets handiger om te installeren dan een rechthoekig of vierkant exemplaar. Dat komt omdat een rechthoekige (of vierkante) luidspreker perfect recht en symmetrisch – tegenover de muren, ramen, enzovoort – moet gemonteerd worden. Anders oogt het resultaat eerder knullig. Met ronde inbouwluidsprekers stelt dat probleem zich niet.

Grootte
We hadden hier graag verteld dat een inbouwluidspreker met een diameter van een centimeter of 10 al een prima geluidsweergave biedt, maar dat is helaas niet zo. Om toch een enigszins evenwichtig geluidsbeeld te kunnen bieden, dien je minstens voor een diameter van pakweg 20 cm te gaan. We hebben het dan over eerder kleine ruimtes waar je enkel casual geluid wil.
Als je inbouwluidsprekers wil gebruiken om serieus naar muziek te luisteren, dan kom je al gauw bij een systeem uit dat meerdere drivers combineert en dat bijgevolg ook wat minder compact zal zijn, en meestal een rechthoekige vormfactor zal hebben.
Daarnaast is natuurlijk ook de inbouwdiepte van belang. Sommige inbouwluidsprekers hebben voldoende aan 10 cm, maar meestal heb je 15 tot 20 cm inbouwdiepte nodig.
Bouwtechnisch
In een bestaande woning zul je gaten moeten maken in de muren of in de plafonds om je luidsprekers in onder te brengen. Als dat tijdens grotere verbouwingswerken gebeurt is dat niet zo’n probleem, omdat de woning dan sowieso al onder het bouwstof zit. Vaak wordt diezelfde aanpak – gaten maken in muren of plafonds door deze uit te hakken of door een diamantboor in te zetten – gehanteerd bij nieuwbouw. Daar is niets mis mee, maar in sommige gevallen kan het ook op een elegantere manier worden aangepakt: sommige inbouwluidsprekers worden met een losse inbouwkast geleverd, waarbij het de bedoeling is dat de inbouwkast tijdens de ruwbouwwerken al op de juiste plaats ingebouwd wordt. De eigenlijke luidspreker kan dan naderhand eenvoudig in de kast worden gemonteerd.
Vanzelfsprekend dien je ook de nodige bekabeling te voorzien. Voor een normale inbouwluidspreker volstaat het om 2-aderige luidsprekerkabel aan te leggen, maar voor stereo inbouwluidsprekers – zie verderop – heb je twee luidsprekerkabels (4 aders in totaal) nodig.

Er bestaan ook inbouwluidsprekers waar je overheen kan stukadoren (‘plakken’) nadat ze gemonteerd zijn. Zo’n luidspreker is nadien volledig onzichtbaar. Het is indrukwekkend om dat een keer te ervaren, maar of je dergelijke luidsprekers ook in je eigen woning wilt is weer een ander paar mouwen. Lees er meer over in dit artikel.
Details
Heel wat fabrikanten bieden inbouwluidsprekers aan die geschikt zijn voor ‘flush mounting’. Dat is een montagetechniek waarbij de voorzijde van de luidspreker – de zichtbare kant – precies in hetzelfde vlak valt als de muur of het plafond. Dat maakt ze weer wat minder opvallend in het interieur en geeft het geheel wat meer cachet.
In veel gevallen kan de luidsprekergrille mee geschilderd worden met de rest van het plafond, wat de integratie verder bevordert.
En als de ruimte te klein is om er twee inbouwluidsprekers te monteren, kun je opteren voor een stereo inbouwluidspreker. Zo’n luidspreker ziet eruit als een gewone inbouwluidspreker, maar combineert eigenlijk twee geluidskanalen (links en rechts) in één enkele unit. Daarmee blijft er van het stereobeeld niets over, maar als het om ruimtes gaat waar je gewoon achtergrondmuziek wil, is dat eigenlijk geen probleem. Vaak is het zelfs beter om een stereo paar te configureren als twee mono kanalen.
Vanzelfsprekend is het een heel andere zaak als je inbouwluidsprekers inzet voor het echte luisterwerk: dan heb je sowieso twee luidsprekers nodig in een stereo configuratie.
Voor- en nadelen
Het grootste voordeel van inbouwluidsprekers is dat ze zo onopvallend in het interieur kunnen geïntegreerd worden en dat ze geen ruimte in beslag nemen. Bovendien zijn ze in regel goedkoper dan gewone luidsprekers, omdat de prijs van de behuizing wegvalt.
Het belangrijkste nadeel is het gebrek aan flexibiliteit: eens de luidsprekers een plaats hebben gekregen, kun je die nadien niet meer wijzigen. Als het om ruimtes gaat waar je gewoon goed achtergrondgeluid wil – in de badkamer, bijvoorbeeld – leidt dat zelden tot problemen. Maar stel dat je hebt uitgezocht waar je je salon gaat plaatsen in de woonkamer, en dat je de inbouwluidsprekers zodanig laat installeren dat ze een correcte stereo luisterdriehoek vormen in combinatie met de luisterpositie in de zetel. Als je daarna dan toch besluit om je zetel een meter naar links of naar rechts te schuiven, of – erger nog – wanneer je besluit om je zetel naar een andere richting te draaien, dan blijft er niet veel over van het zorgvuldig opgebouwde stereobeeld. Of je moet de muren opnieuw openhakken om de luidsprekers te verplaatsen, een scenario dat absoluut te vermijden is.
Meer over inbouwluidsprekers in dit vervolgartikel. Daar hebben we het onder meer over stucbare inbouwluidsprekers, inwall subwoofers, onwall speakers, Cinewall systemen, enzoverder.
Auteur: Thomas Van den Bossche, Audio & Home Theater Architect @ Sonic Images